Waarom de survival-mode heerlijk is

Ik ben een aanpakker. Ik geniet ervan als ik veel gedaan krijg, mijn to do lijstje kan afvinken en ergens helemaal in op ga. Ik ben dan zo hyper-gefocust dat ik alles vergeet: wie er naast mij in de ruimte zit, dat ik nog moet drinken en dat ik al een uur moet plassen. Soms sta ik voor langere tijd op standje focus, al is het dan een mildere variant. Dan noem ik het ook wel de survival-mode. Want daar doet het sterk aan denken: alles staat op scherp, mijn ademhaling zit hoog, ik voel me alert en ben bereid om alles wat aan taken op me afkomt een kopje kleiner te maken. Soms zit ik daar een dag in, soms een week en soms zelfs langer. Als ik me een beetje moe voel, helpt de survival-mode me om dat even niet te ervaren. Slapen komt wel als ik oud ben. Ik voel me fit en ben efficiënt en lekker bezig!

Maar het heeft wel nadelen. Ik denk dat alles ‘gewoon goed’ gaat, maar eigenlijk weet ik het niet. Ik weet niet wat er goed gaat en wat er slecht gaat, want ik voel niet. En dat heeft effect op mij en mijn omgeving. Ik verbind niet meer met mijn vrienden, met mijn partner. Wat er in me omgaat? Geen idee, ik ben vooral lekker druk. En wat ik eigenlijk nog erger vind: ik kan niet meer genieten. Want voelen gaat lang niet altijd over emoties waar je bij moet huilen. Minstens net zo vaak gaan emoties over dankbaarheid, tevredenheid en vreugde.

En daarom mag mijn vaak geliefde survival-mode bij mij niet te lang duren. Even in de flow, maar ook weer uit de flow. Genieten met een wijntje en de mensen om me heen. Even stilstaan en blij zijn met alles wat ik heb.

Hoe zorg jij dat jouw flow of survival-mode niet te lang duurt?